poëzieblog

Eén jaar als poëzierecensent

Land van suiker en benzine (2018)
een sterke suikerlobby (2020)
Ik schrijf, ik schrijf wat jij niet ziet (2020)
wonden en brutaliteit (2020)
Guillaume (2020)
Wereldgemiddelde (2020)
Kalfsvlies (2015)
Hogere Natuurkunde (2020)
Twee ton (2020)















Guillaume

tekenaar: Ineke van Doorn
animatiefilm: Frank van Doorn
still uit Guillaume (2020)

Terugblik (februari 2020 – januari 2021)

Wat heb je nodig om dichtbundels te recenseren? In een jaar dat het coronavirus zich botvierde op oud en jong stonden de lezers niet op maar gingen zitten. Met dikke romans, want dat is de trend. Daar heeft iedereen plots de tijd voor. Toch is het verwonderlijk dat niet meer mensen beseffen dat poëziebundels relatief dunne boekjes zijn die evenveel leesplezier kunnen geven als die dikke pillen.  

Wat heb je nodig? Onafhankelijkheid, onbevangenheid en een bereidwilligheid je als eerste lezer over te geven aan de taaleigenaardigheden van de dichter. Onontbeerlijk is ook een literaire intuïtie om tussen goed en slecht te onderscheiden en natuurlijk literaire achtergrondkennis. De bedoeling is een nieuwe bundel toegankelijk te maken voor de lezers. Het is aan de recensent iets herkenbaars te vinden dat gekoppeld kan worden aan het collectieve geheugen van het leespubliek.

Ik startte als recensent in 2017. Destijds werd ik gevraagd een recensie te schrijven voor het Tydskrif vir Letterkunde, ’n tydskrif vir Afrika-letterkunde. Een bijzonder voorrecht. Ik recenseerde de Afrikaanstalige debuut van Hilda Smit die bome reusachtig soos ons was (2016).

Vanwege het wereldwijde en levensbedreigende Covid-19 virus kon ik me het afgelopen jaar lang niet verplaatsen. Daardoor realiseerde ik me één ding. Ik moet mijn literaire schaapjes liever dichterbij huis laten grazen voor de website Brabant Cultureel. Ik startte met het recenseren van Nederlandse dichtbundels in februari 2020. In een sterke suikerlobby vermengde Astrid Lampe haar woorden met fotocollages. Het bundeltje was een Poëzieweekgeschenk. Voorafgaande daaraan zou de combinatie architectuurgeoriënteerde kunst en poëzie zich ook aandoen in het Land van suiker en benzine (2018) van de dubbeltalent Arnoud Rigter. Een vermenging van muziek en poëzie kreeg op een briljante wijze gestalte met de CD wonden en brutaliteit van Tom America. Op deze CD voorziet America veertien gedichten van Delphine Lecompte van geluid.

Twee bundels die inhoudelijk tegenover elkaar staan zijn Guillaume van Kreek Daey Ouwens (ondanks vele witte pagina’s toch leesbaar) en Wereldgemiddelde van Harry van Doveren (tjokvol woorden, maar onleesbaar).

De recensies uit het pandemiejaar 2020 waar ik misschien het meest trots op ben zijn Hogere Natuurkunde van Ellen Deckwitz en de debuutbundel Kalfvlies (2015) in combinatie met de debuutroman De avond is ongemak (2018) van Marieke Lucas Rijneveld. Deckwitz won met een poëtische ode aan haar oma uit Indonesië de Nederlandse E. du Perronprijs. Rijneveld won enkele dagen na mijn recensie op 18 augustus als eerste Nederlander de International Booker Prize. Aanleiding voor deze recensie was dus de Booker Prijs 2020. Nodeloos te schrijven dat ik bijzonder trots was op zowel de recensie als de perfecte timing.  

De twee debuutbundels Ik schrijf, ik schrijf wat jij niet ziet van Karlijn Vlaardingerbroek en Kristel Peijnenborg en Twee Ton van Jolanda Kooijmans zorgden voor waar leesgenot. De eerste bundel was een echte zomerse ervaring die je vrolijk stemde en die ik graag met alle jonge vrouwen zou willen delen. Kooijmans’ debuut is veel ingewikkelder, maar ik durfde te schrijven dat zij “een schitterend nieuw dichttalent” is. Het resultaat van ervaring. Ik gebruik niet snel dat soort woorden.

  @arina’s Copywrite
15 januari 2021

 

Over het fenomeen Poëziefilm

Vanwege mijn deelname aan twee Poëziefilm Festivals in Duitsland samen met de Zuid-Afrikaanse
animatiefilmer Diek Grobler schrijf ik graag hoe het gekomen is.

Pas in Nederland gearriveerd, begin 2007, maakte ik kennis met de hartroerende animatiefilm
FATHER AND DAUGHTER van Michael Dudok de Wit. Het filmpje is bijzonder poëtisch, hoewel er
geen poëzietekst bij betrokken is. In FATHER AND DAUGTHER speelde het poëtische
voorstellingvermogen van de tekenaar een centrale rol. Hij werkte niet samen met een dichter.
Onlangs verscheen GUILLAUME van Kreek Daey Ouwens over haar gehandicapte broertje. Voor de
dichtbundelpresentatie maakte kunstenares Ineke van Doorn en haar broer Frank van Doorn een
gelijknamige film. De animatiefilm borduurt voort op haar zes schetsen in de bundel en op het
buitenblad. Guillaume krijgt een nieuw leven op doek. De bundel wordt in zijn geheel naar een
volgend niveau opgetild. Tegen een grijze achtergrond van wuivend gras zweeft Guillaume met zijn
troetel eend en diens maatjes door de lucht, belandt met hen in een vijver en zinkt gelukzalig naar de
bodem. Deze gebeurtenis en ook de eend is niet onderdeel van de dichtbundel. Van Doorn tekent
niet alleen maar de inhoud van de dichtbundel. Nee. Ze voegt haar eigen interpretaties eraan toe
door haar poëtische blik op Guillaume. De samenwerking tussen tekenaar, filmer en dichter is losjes
gebaseerd op een algemeen gevoel dat die bundel uitstraalt.

De samenwerking tussen filmer en dichter is veel hechter waar het gaat om een animatiefilm van een
enkel gedicht. Wederzijds vertrouwen in elkaars vermogens en respect voor elkaars werk is
noodzakelijk om succesvol een interessante film tot stand te brengen. Zo’n samenwerkhouding
schept vrijheid, ook al wordt het soms getekend door lange stiltes. Het geeft de animatiekunstenaar
de ruimte om niet alleen na te tekenen wat er in het gedicht staat, maar ook te interpreteren. Dat
gebeurde met mijn gedicht PIAF als eerste beweging van Diek Groblers PARYS SUITE. De mus in het
kootje aan het einde is niet onderdeel van PIAF, maar visueel heel sterk. Als dichter ervaar ik deze
scene als toegevoegde waarde aan mijn gedicht. Grobler gaat een stap verder en onderbouwt zijn
animaties ook met muziek. PARYS SUITE is uit tweeduizend inschrijvingen geselecteerd voor het
Zebra Poetry Film Festival in Berlijn van 19 tot 22 november 2020.

Voor een andere maatschappelijk geëngageerde poëziefilm moesten we als startpunt onze eigen
ervaringen met zieken en overledenen aan Covid-19 in zowel Nederland als in Zuid-Afrika delen. Ook
met het gedicht ASEM IN neemt Grobler de inhoud met toegevoegd beeld, beweging en geluid naar
een volgend zintuigelijk niveau dat veel omvattender is dan de leeservaring van de individuele lezer.
De Engelse vertaling van ASEM IN is onder de titel INHALE ingeschreven voor het allereerst
Poetry Film Festival in Weimar, Thüringen van 22 oktober tot 12 november 2020.

@arina’s Copywrite
19 oktober 2020

sculpting shadows in the land

Strijdom vd Merwe
Neuchâtel, Switserland
(2019)

son

weer seuntjie klein
speel hy op die strand
in die droë sand

maak hy met oumanshande
verweer deur wind & weer
walletjies in rye wyd & syd

sit hy gekamoefleer
tjoepstil soos ’n sandakkedis
& wag dat die skadu’s skuif-skuif
sodat hy nog ’n stukkie tyd
met sy tong mag vang

lig hy beurtelings pote & hande
op van die skroeiende sand
blase gebrand maar uitgelyn

skep hy nuwe skadu’s wat stuif
in die wind duinakkedis leer
hy om lag-lag die son te vang

opgeneem in ’n liber amicorum vir Bastiaan Bommeljé
oudredakteur van Hollands Maandblad (Mei 2019)
‘son’ vorm saam met ‘n sewetal ander gedigte die basis van ‘STILSPRAAK, Strijdom van der Merwe en Landkuns’